Memorandum 2014 - Leefmilieu en ruimtelijke ordening

7.  Leefmilieu en ruimtelijke ordening

7.1. Betrokkenheid van de Vlaamse Havencommissie bij de opstelling van (beleids)plannen

De Vlaamse Havencommissie vindt het essentieel dat zij bij de opstelling en/of herziening van beleidsplannen, zoals het Beleidsplan Ruimte en het Mobiliteitsplan Vlaanderen, betrokken wordt. Het belang van de interactie tussen havens en mobiliteit en ruimtelijke ordening is immers groot.

 

7.2. Optimalisering vergunningenbeleid

De Vlaamse Havencommissie vindt dat de Vlaamse Regering moet streven naar een verkorting van de totale doorlooptijd van vergunningen, inclusief het traject van de Plan- en Project-MER. Hiervoor is het noodzakelijk dat de regelgeving rond de Plan- en Project-MER wordt bijgesteld en transparant en professioneel wordt uitgevoerd. Dit leidt tot meer rechtszekerheid.

Snelle, eenvoudige en rechtszekere vergunningsprocedures zijn een noodzaak voor ondernemingen die in Vlaanderen willen investeren en dus ook voor de Vlaamse ha-vens. Sinds de commissies “Berx?? en “Sauwens??  zijn tekortkomingen op dit vlak blootgelegd en zijn initiatieven genomen op dit vlak, o.m. met de omgevingsvergunning, die de stedenbouwkundige en de milieuvergunning vervangt voor projecten waarvoor beide vergunningen nodig waren. Vlaanderen moet dit traject verderzetten en verder blijven streven naar een optimalisering van het vergunningenbeleid. 
 
In de recente praktijk is gebleken dat:

  • de totale doorlooptijd van vergunningen (milieuvergunning en stedenbouwkundige vergunning, binnenkort vervangen door de omgevingsvergunning) zeer lang is;
  • de uitvoering van een Plan-MER zeer tijdrovend is. De uitvoering van een Plan-MER maakt deel uit van de totale doorlooptijd van de vergunningen;
  • de procedure die moet gevolgd worden zeer complex is en dat er veel partijen bij betrokken zijn (hetgeen onzekerheid qua timing veroorzaakt);
  • er verschillen zijn in de wijze waarop de regelgeving wordt toegepast in de lidstaten van de Europese Unie. Dit kan concurrentieverstoring veroorzaken.

In Vlaanderen worden er sinds de commissies “Berx?? en “Sauwens?? inspanningen ge-leverd om de doorlooptijd van vergunningen te verkorten. Ook in Wallonië en in het buitenland (b.v. Nederland) wordt hieraan gewerkt. De Vlaamse initiatieven, in het bijzonder de ontwerpregelgeving betreffende de omgevingsvergunning en inzake de complexe projecten, moeten ook voor de havens een duidelijk aanwijsbare meerwaarde genereren. Het wettelijk kader moet dusdanig zijn dat rechtszekere, geïntegreerde besluitvorming in complexe dossiers daadwerkelijk mogelijk wordt gemaakt, daarbij indien nodig het klassieke sectoraal instrumentarium overstijgend.

Ook de organisatie van de rechtscolleges moet dusdanig gemoderniseerd worden dat bij de beslechting van gerechtelijke procedures snelheid en rechtszekerheid voorop komen te staan. De bevoegde overheid moet in staat worden gesteld om, indien nodig, snel en accuraat tegemoet te komen aan eventuele juridische euvels. 

7.3. Duidelijke regels inzake milieu en ruimtelijke ordening, onroerend en archeologisch erfgoed

De Vlaamse Havencommissie vindt dat het Havenbeleid rekening moet houden met milieu en erfgoed, maar ook dat vanuit erfgoed- en milieubeleid rekening moet worden gehouden met de havens en havenontwikkeling. Havengebieden concurreren, door hun ligging aan de zee, aan rivieren, stromen of zeekanalen, met ecologische gebieden en met historisch en archeologisch aanwezig erfgoed. Daarom is een gedifferentieerde aanpak nodig: inzake milieu, ruimtelijke ordening en diverse vormen van erfgoed moet rekening worden gehouden met de typische eigenschappen van een haven en van de activiteiten die in havens worden uitgeoefend. Regels om verdere ontwikkelingskansen te vrijwaren moeten duidelijker worden, en meer rechtszekerheid bieden. 

De Vlaamse Havencommissie vraagt om de nodige initiatieven te ontwikkelen zodat de toekomstige ontwikkeling van de havens wordt gevrijwaard door hiertoe aangepaste wettelijke beschermingsinstrumenten te creëren. 

 
De laatste jaren komen de functies van de havens steeds meer in conflict met diverse reglementeringen inzake milieu, onroerend en archeologisch erfgoed. De zorg voor milieu en onroerend en archeologisch erfgoed is zeer terecht, de havenbesturen zowel als de bedrijven in de havens zijn zich daarvan te volle bewust en stellen alles in het werk om te voldoen aan alle bestaande milieunormen en -reglementen, en om op een waardevolle manier om te gaan met onroerend en archeologisch erfgoed.

De Vlaamse Havencommissie stelt echter vast dat er op het kruispunt van havenbeleid, ruimtelijke ordening, milieubeleid en onroerend en archeologisch erfgoed leemten en onduidelijkheden in de wetgeving bestaan die verdere havenontwikkeling belemmeren of vertragen. In de praktijk blijkt dat deze onzekerheden bij de bevoegde ambtenaren dikwijls leiden tot de weigering van vergunningen.

Inspanningen om op een proactieve wijze om te gaan met verplichtingen inzake milieu, onroerend en archeologisch erfgoed binnen havengebieden moeten maximaal ondersteund en juridisch verankerd worden. Een ruimtelijk differentiële invulling op deze vlakken via daartoe specifiek aangepaste wettelijke beschermingsinstrumenten is noodzakelijk.

Door een dergelijk scherper juridische kader kan ervoor gezorgd worden dat reguliere en nieuwe havenactiviteiten op een rechtszekere manier kunnen ontwikkelen met alle mogelijkheden van een flexibele en gediversifieerde invulling en met een mogelijke combinatie van maritieme op- en overslag, industrie en logistiek, zoals de verdere toekomstige economische ontwikkeling van Vlaanderen zal vragen.