SSS - Shortsea Shipping

    SSS Shortsea shipping

    Shortsea Shipping, in het Nederlands meestal onvertaald maar in documenten van de Europese Unie vanuit het Engels vertaald als "korte vaart" (en heel af en toe "kustvaart"), wordt soms op verscheidene wijzen gedefinieerd. De Europese Commissie gebruikte in een mededeling "over de ontwikkeling van de korte vaart in Europa" de volgende definitie:

    "Korte vaart is de verplaatsing over zee van lading en passagiers tussen in het geografische Europa gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen, waarvan de kustlijn langs de door Europa begrensde binnenzeeën loopt."

    Verschillende mededelingen sinds 1995
    De Europese Commissie heeft over shortsea shipping al verschillende mededelingen uitgebracht, waarvan de eerste dateert van 1995. Een nieuwe mededeling volgde in 1999 (SSS-VHC-001). Later volgden ook nog een richtlijn over meldingsfaciliteiten (2001 en 2010), een mededeling over een Europese maritieme vervoersruimte zonder hindernissen (2007) en een pilot project "Blue Belt", zie verder.

    De doelstelling van de mededelingen en richtlijnen is de bevordering van shortsea shipping door voorstellen om de efficiëntie van de kustvaart te verbeteren. In de mededeling van 1999 wordt vooral een studie gemaakt van de door de verschillende lidstaten opgelegde administratieve documenten en procedures voor de kustvaart en wordt een aantal vrijwillige maatregelen voorgesteld die kunnen bijdragen tot een grotere uniformiteit.

    Het programma dat door de Commissie werd voorgesteld concentreerde zich toen op 14 acties die de rol van shortsea shipping in Europa moesten vergroten. Het ging om juridisch acties (zoals een richtlijn betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap (IMO-FAL), technische acties zoals bijv. de onderlinge aanpassing van nationale toepassing en computerisering van de communautaire douaneprocedures en operationale acties zoals de bevordering van het imago van de korte vaart als een succesvol vervoersalternatief.

    Europese maritieme vervoersruimte zonder hindernissen
    Bij de op 18 oktober 2007 uitgebrachte mededeling van de Europese Commissie inzake de EU-agenda op het gebied van goederenvervoer is onder andere een ambtelijk werkdocument gevoegd inzake een "Europese maritieme vervoersruimte zonder grenzen" (LPK-NHR-001 en LPK-NHR-002). Hiermee is een raadplegingproces op gang gebracht dat moet leiden tot een vereenvoudiging van de administratieve en rapporteringprocedures, zodat de korte vaart volledig gebruik kan maken van de voordelen van de interne markt en op gelijke voet wordt behandeld met de andere vervoerswijzen.

    Op 21 januari 2009 publiceerde de Europese Commissie de mededeling inzake een Europese Maritieme Transportruimte zonder Hindernissen[1]. Daarin stelt de Commissie dat door de lange en bochtige kustlijn kustvaart voor Europa een realistische optie is voor Europese continentale goederenstromen. Naar verwachting zal de vraag naar transport blijven groeien en zal er optimaal gebruik gemaakt moeten worden van alle transporttechnieken, waaronder kustvaart, dat als de milieuvriendelijkste transporttechniek beschouwd kan worden.

    Met het concept Europese Maritieme Transportruimte zonder Hindernissen (EMTR) wil de Europese Commissie de doelmatigheid van intra-Europees maritiem transport bevorderen door het wegnemen van grote administratieve hindernissen voor de kustvaart. Het concept is onderdeel van een brede benadering die de ondersteuning van nieuwe kustvaartdiensten via het Marco Poloprogramma, transparantie van het havengeld, efficiënte spoor- en waterwegverbindingen met het achterland, vermindering van de milieubelasting door havens en schepen, Motorways of the Sea en andere TEN-T projecten omvat.

    Als knelpunten voor de kustvaart noemt de Europese Commissie onnodig complexe, soms overbodige en niet tussen lidstaten afgestemde regels en administratieve procedures op het gebied van douane en belastingen, grenscontroles, handel, statistiek, milieu en afvalstoffen, volksgezondheid en gezondheid van planten en dieren en veiligheid en security. Andere knelpunten voor de kustvaart betreffen: transport van gevaarlijke stoffen, taalproblemen, loodsplicht, beperkte acceptatie van elektronische manifesten, beperkte beschikbaarheid van een enkel loket voor de afwikkeling van alle formaliteiten.

    Het actieplan omvat door de Europese Commissie op korte en op middellange termijn te nemen maatregelen (gereed in respectievelijk 2010 en 2013) om aan deze knelpunten het hoofd te bieden. Tevens doet de Commissie aanbevelingen met dit doel aan lidstaten en locale partijen (Zie MOS-VHC-005).

    Meldingsformaliteiten voor schepen
    In 2001 deed de Europese Commissie een voorstel voor een richtlijn "betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in of vertrekken uit havens in de Gemeenschap" (SSS-VHC-002). Het doel van deze richtlijn is het vereenvoudigen van de meldingsformaliteiten die schepen moeten vervullen wanneer zij in havens aanleggen, middels het gebruik van uniforme IMO FAL-formulieren, en zodoende ook shortsea shipping te bevorderen. Op 18 februari 2002 werd deze richtlijn goedgekeurd door de Raad en het Parlement (SSS-VHC-003). De lidstaten moesten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden tegen uiterlijk 9 september 2003.

    Op 20 oktober 2010 werd de richtlijn goedgekeurd inzake meldingsformaliteiten voor alle schepen die EU zeehavens aandoen (SSS-VHC-004).

    Schepen onder de vlag van een EU lidstaat moeten uiterlijk vanaf 1 juni 2015 bepaalde informatie 24 uur voor aankomst elektronisch aanleveren. De lidstaten moeten voor die datum enkelvoudige informatiepunten inrichten, waar schepen hun informatie kunnen aanleveren en waar deze informatie kan worden gekoppeld aan de informatie van andere door de zeescheepvaart gebruikte systemen, zoals Safe Sea Net, Ecustoms en andere. De richtlijn schrijft geen bepaalde taal voor, maar roept de lidstaten op alles in het werk te stellen om de communicatie in het maritieme verkeer te vergemakkelijken.

    Blue Belt
    In het kader van EMTR is in 2011 het pilot project Blue Belt van start gegaan. Blue Belt beoogt maximale facilitatie van het intra-EU goederenverkeer binnen de Europese maritieme ruimte en heeft betrekking op vervoer met schepen. Blue Belt is een Europees samenwerkingsproject van DG Move en DG Taxud. De uitvoering is in handen van EMSA en de Douane. De organisatie omvat een Stuurgroep (EMSA, Taxud, Pt, Fi, Be, It, UK, Cy en NL) en een Correspondentiegroep (ECSA, WSC, individuele reders).

    Er is veel belangstelling voor deelname aan Blue Belt. Er zijn in totaal 251 schepen aangemeld die participeren in de 1e fase van het pilot project. Deze lijst van schepen is beschikbaar voor de douane autoriteiten van de lidstaten en bevat de scheepsnamen, IMO-registratie en informatie over de vaarroute en de aanloophavens. Gedurende het project zal de lijst regelmatig aangepast en indien nodig aangevuld worden.

    In het kader van het pilot project Blue Belt worden alle maritieme Douane autoriteiten in de lidstaten geautomatiseerd geïnformeerd over de aankomst van de 'Blue ships' in de havens. De te verstrekken informatie moet de Douane in staat stellen een risicoafweging te maken en moet bona fide schepen vrijwaren van onnodige douanecontrole.

    In de 1e fase van het project (02-05-2011 t/m 30-06-2011) ontvingen de douane autoriteiten 2 uur voor het verwachte aankomsttijdstip een rapport van EMSA met daarin informatie over het schip, de kapitein, aantal bemanningsleden, de vertrekhaven, de reis, ISPS-gegevens (10 voorafgaande havens). Bovendien wordt een grafische afbeelding van het afgelegde vaartraject gezonden. Deze grafische afbeelding is voor Douane een belangrijk element in de afweging van risico's.

    Vervolgens wordt het in de 2e fase (01-07-2011 t/m 03-11-2011) tevens mogelijk dat:

    • De Douane op verzoek toegang krijgt tot de grafische interface van Blue Belt. Hiermee kan ook over andere schepen die zich in de nabijheid van een Blue Ship bevinden informatie worden verkregen.
    • De Douane informatie krijgt over het "gedrag" van het schip, zoals bezoek aan een niet voorziene haven (bijvoorbeeld in noord Afrika), wisselende snelheden, afwijkende routes (rondjes varen, stil liggen).
    • AIS-Satelliet informatie komt beschikbaar als back-up informatie.

    Het pilootproject werd gefinaliseerd met een evaluatie gericht op technologieën, beveiliging en veiligheid en faciliteringsaspecten. De Commissie plant in de lente van 2013 een mededeling betreffende Blue Belt en de eraan verbonden Blue Lanes in havens, en dit samen met nieuwe mededeling over havens (zie hoofdstuk 5). Verwacht wordt dat de mededeling een actieplan zal bevatten, maar concrete maatregelen die voorzien zijn, waren nog niet duidelijk op het moment van het sluiten van dit overzicht.

      Enkele relevante documenten
      SSS-VHC-004: Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (Europees Parlement en de Raad)

      SSS-VHC-003: Richtlijn 2002/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap (Europees Parlement en de Raad)

      SSS-VHC-002: Mededeling van de Commissie - programma voor de bevordering van de korte vaart (Europese Commissie)

      SSS-VHC-001: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economische en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - De ontwikkeling van de korte vaart in Europa: Een Dynamisch alternatief in een duurzame vervoersketen (Europese Commissie)

      [1] Tegelijkertijd bracht de Europese Commissie de mededeling "Strategische doelen en aanbevelingen voor het maritieme transport van de EU tot 2018" uit. Deze mededeling valt buiten de scope van de "Wegwijzer".