VHC jargon Hieronder vind je een overzicht van alle jargontermen. Selecteer een categorie.

  • Aanbeveling

    Aanbevelingen zijn opinies en/of voorkeuren, uitgedrukt door de instellingen van de Europese Commissie over gewenste acties, maar die niet bindend zijn voor de lidstaten. 

  • Aanlegrecht

    Aanlegrecht is een onderdeel van de havenrechten, ook nog zeescheepvaartrechten genoemd. Het aanlegrecht is een ondeelbare vergoeding berekend op basis van de gewichtstonnen van de in de haven door de zeeschepen geloste en/of geladen goederen, op basis van het aantal begeleide voertuigen en/of op basis van het aantal passagiers. De berekening gebeurt per zeeschip op de hoeveelheid van de in de haven door het zeeschip geloste en/of geladen goederen, inbegrepen de bunkers, de verpakkingen, van welke aard ook, en in voorkomend geval het eigen gewicht van de containers en niet-begeleide voertuigen. 

  • Acquis communautaire

    Het "acquis communautaire" gaat over de rechten en plichten die alle lidstaten uit hoofde van de Europese Unie bindt. Tot het acquis communautaire, dat voortdurend in ontwikkeling is, behoren: de strekking, de beginselen en de politieke doelstellingen van de Verdragen, de wetgeving en de rechtspraak van het Hof van Justitie, de verklaringen en resoluties die in het kader van de Unie zijn aangenomen en de internationale overeenkomsten die de Europese Gemeenschap heeft gesloten.
    Kandidaat-lidstaten moeten het acquis communautaire aanvaarden vooraleer zij toetreden tot de Unie. Afwijkingen op het acquis zijn uitzonderlijk en hebben een beperkte draagwijdte. De nieuwe lidstaten moeten het acquis omzetten in hun nationale wetgeving en dienen het acquis vanaf de daadwerkelijke toetreding toe te passen. 

  • Aflader (shipper)

    De aflader biedt de goederen voor vervoer over zee aan het schip aan. Hij sluit de vervoersovereenkomst af met de vervoerder. Deze vervoersovereenkomst wordt het cognossement (bill of lading, B/L) genoemd. De vervrachter is vervoerder ingeval van reisbevrachting en de bevrachter is vervoerder ingeval van tijds- en naakt cascobevrachting. De aflader en de bevrachter kunnen dezelfde partij zijn. 

  • Aframax

    Aframax schepen zijn schepen met een draagvermogen van 80.000 à 105.000 DWT. De benaming is afkomstig van de American Freight Rate Association. 

  • AIS (Automatic Identification System)

    AIS (Automatic Identification System) is een wereldwijd gebruikt transpondersysteem dat in de marifoonband werkt. De gebruikte frequenties zijn 161.975 en 162.025 MHz (marifoonkanalen 87H en 88H). De meeste zeeschepen dienen sinds enige tijdmet AIS uitgerust te zijn.

    Een AIS-zender op een schip zendt met regelmatige tussenpozen de positie, koers, snelheid en MMSI (het unieke maritieme identificatienummer) uit. Deze gegevens worden ontvangen door schepen in de nabijheid. Deze kunnen de gegevens automatisch laten plotten op een beeldscherm of radarscherm. Het bereik van AIS is ongeveer 30-40 km.

    Iedere 2 - 10 seconden worden door een schip met AIS onder andere de volgende gegevens uitgezonden:

    • MMSI-nummer
    • Navigatiestatus, bijvoorbeeld geankerd, onderweg
    • Grondsnelheid, van 0 to 102 knopen in stappen van 0,1 knoop
    • Draaisnelheid, 0 tot 720 graden per minuut
    • Positie
    • Koers
    • De tijd waarop de bovenstaande informatie is bepaald

    Daarnaast worden iedere 6 minuten onder meer de volgende gegevens uitgezonden:

    • MMSI-nummer
    • Roepletters van het schip
    • Naam van het schip
    • Type schip of lading
    • Afmetingen van het schip
    • Diepgang, 0.1 tot 25.5 m
    • Bestemming

    Geschatte aankomsttijd (ETA) op de bestemming (niet verplicht)

  • Averij-grosse (AG) (General Average)

    Volgens de York-Antwerp rules 1950 luidt de officiële definitie van averij grosse: "Er is averij-grosse-handeling wanneer – en alleen wanneer – er opzettelijk en redelijkerwijze enige buitengewone opoffering of uitgave wordt gedaan ter gemene beveiliging, met het doel de zaken betrokken bij een gemeenschappelijke onderneming ter zee voor gevaar te bewaren". Bij AG staat het gemeenschappelijke belang nl. het behoud van schip en lading op de voorgrond. De opofferingen waartoe door de gezagvoerder wordt besloten, geschieden in gemeenschappelijk belang zodat het voor de hand ligt dat elke belanghebbende een evenredig deel van de schade draagt, die anders voor rekening van één van de belanghebbenden zouden komen. 

  • Averij-particulier (AP) (Particular Average)

    Averij-particulier omvat die kosten en/of schade welke uitsluitend ten laste komen van de reder aan wiens schip schade is toegebracht (bv. stormschade) of ten laste van de eigenaar van de lading die schade heeft opgelopen (bv. door lekkage). Hier is in tegenstelling tot AG geen sprake van gemeenschappelijk belang. 

  • B/L

    De voorwaarden voor het vervoer van goederen over zee worden vastgelegd in de vervoersovereenkomst, cognossement genoemd. Het cognossement heeft drie belangrijke functies:

    (1) Het cognossement is een ontvangstbewijs. Door uitgifte van het cognossement verklaart de kapitein (als vertegenwoordiger van de vervoerder) dat hij de in het cognossement vermelde goederen heeft ontvangen aan boord van zijn schip. De in het cognossement vermelde omschrijving van de goederen (aard en aantal) moet overeenstemmen met de werkelijkheid.

    (2) Het cognossement is een bewijs van een vervoerovereenkomst: door uitgifte van een cognossement verklaart de kapitein van het schip zich tegenover de houder van het cognossement akkoord om de vermelde goederen te vervoeren van de laadhaven naar de loshaven en dit binnen een redelijke termijn. De vervoerder is dus verplicht de goederen af te leveren aan de houder van het originele cognossement in de haven van bestemming.

    (3) Ten slotte is het cognossement een waardepapier dat recht geeft op aflevering van de erin vermelde goederen. Het cognossement vertegenwoordigt als het ware de goederen, zodat de bezitter te goeder trouw van het document het bezit van de goederen kan verwerven.

    Essentiële vermeldingen op het cognossement:

    • De verscheper (= de aflader van de goederen);
    • De "notify party" (= aangestelde van de ontvanger om de goederen in ontvangst te nemen in de loshaven);
    • De bestemmeling (= de ontvanger van de goederen ter bestemming);
    • De naam van het schip;
    • De laadhaven;
    • De loshaven;
    • De merken en de nummers van de goederen en/of de containers;
    • Het aantal en de soort verpakkingen en een omschrijving van de goederen;
    • Het brutogewicht van de goederen;
    • De maten en/of het volume van de goederen;
    • De plaats waar de vracht betaalbaar is;
    • Het aantal uitgegeven originele cognossementen (in letters en in cijfers);
    • De plaats en de datum van uitgifte (= de laadhaven en de dag van het laden van de goederen aan boord van het schip);
    • De naam en de handtekening van de kapitein (met eventueel de scheepsstempel).

     

  • Baalcapaciteit (Bale capacity)

    De baalcapaciteit is de ruimte die kan ingenomen worden door stukgoed (b.v. balen), gerekend vanaf de buikdenning (= de bevloering van het onderruim) tot de onderkant van de dekbalken en tussen de weringslatten (beschermingslatten op de binnenkant van de spanten). 

  • BACAT

    Barge Aboard Catamaran. Het BACAT schip vertoont veel gelijkenissen met het LASH schip. Ook het BACAT schip vervoert gestandaardiseerde duwbakken. Het grote verschil ligt echter in de manier waarop de duwbakken worden geladen en gelost. Daar waar bij het LASH schip de duwbakken met een kraan worden geladen of gelost, worden ze bij een BACAT schip al drijvende van en aan boord gebracht. 

  • BACAT schip (Barge Aboard Catamaran)

    Het BACAT schip vertoont veel gelijkenissen met het LASH schip. Ook het BACAT schip vervoert gestandaardiseerde duwbakken. Het grote verschil ligt echter in de manier waarop de duwbakken worden geladen en gelost. Daar waar bij het LASH schip de duwbakken met een kraan worden geladen of gelost, worden ze bij een BACAT schip al drijvende van en aan boord gebracht. 

  • Bakboord

    Linkse kant van het schip, gezien in de richting van het vooruit varend schip. Het tegengestelde van bakboord is stuurboord. 

  • Ballast

    Ballast is een zware last dat aan boord van schepen wordt geladen om de stabiliteit te verbeteren, om het schip te trimmen (over de lengte en de breedte horizontaal te krijgen), het zeewaardiger te maken en om de schroef onder te dompelen. Meestal wordt, als ballast, zeewater geladen in tanks op de bodem van het schip of in zijtanks ("wingtanks"). In tankers wordt zeewater in de ladingtanks gepompt om het schip, wanneer er geen lading aan boord is, op de gewenste diepgang te krijgen. Ballast is ook een reis van een schip zonder dat er lading aan boord is, om het schip te positioneren voor een volgende lading of om naar een droogdok te varen. 

  • Basisinfrastructuur (definitie volgens het Havendecreet)

    Zeesluizen, havendammen, staketsels, taluds en kaaimuren langs de maritieme toegangswegen niet bestemd voor de overslag van goederen of het vervoer van personen, leidingstroken van gewestelijk belang, zaten van spoorwegen van gewestelijk belang, groenschermen, bufferzones aan de rand van het havengebied, telkens met hun aanhorigheden en de ontsluitingswegen van en naar het havengebied, met uitzondering van de haveninterne basisinfrastructuur. 

  • Beladingscoëfficiënt

    De beladingscoëfficiënt van een schip is de verhouding van de laadcapaciteit en het laadvermogen of de beschikbare ruimte per ton lading. 

  • Bevoorradingschip

    Bevoorradingschepen worden gebruikt voor de aan- en afvoer van brandstof, boormodder, zoet water, booruitrusting en pijpen van en naar boorplatformen of andere vaartuigen (bijvoorbeeld naar varende pijpleggers). Behalve voor de bevoorrading zijn de bevoorradingschepen ook uitgerust voor het bestrijden van branden op zee en voor het slepen van booreilanden en –platformen. Bovendien zijn de schepen meestal ook gebouwd voor het plaatsen en weghalen van ankers rond boorinstallaties. Bevoorradingsschepen worden gekenmerkt door een hoge opbouw en een hoge brug, helemaal vooraan het schip. Bevoorradingsschepen hebben een lang, plat achterschip en zijn niet uitgerust met kranen. 

  • Bevrachter (charterer)

    De bevrachter is de tegenpartij van de vervrachter. Hij huurt het schip van de vervrachter voor het vervoer van goederen en/of passagiers tegen een overeengekomen prijs en tegen bepaalde voorwaarden, vastgelegd in de bevrachtingsovereenkomst (charter party). 

  • Bill of lading of cognossement of connossement (B/L)

    De voorwaarden voor het vervoer van goederen over zee worden vastgelegd in de vervoersovereenkomst, cognossement genoemd. Het cognossement heeft drie belangrijke functies:

    (1) Het cognossement is een ontvangstbewijs. Door uitgifte van het cognossement verklaart de kapitein (als vertegenwoordiger van de vervoerder) dat hij de in het cognossement vermelde goederen heeft ontvangen aan boord van zijn schip. De in het cognossement vermelde omschrijving van de goederen (aard en aantal) moet overeenstemmen met de werkelijkheid.

    (2) Het cognossement is een bewijs van een vervoerovereenkomst: door uitgifte van een cognossement verklaart de kapitein van het schip zich tegenover de houder van het cognossement akkoord om de vermelde goederen te vervoeren van de laadhaven naar de loshaven en dit binnen een redelijke termijn. De vervoerder is dus verplicht de goederen af te leveren aan de houder van het originele cognossement in de haven van bestemming.

    (3) Ten slotte is het cognossement een waardepapier dat recht geeft op aflevering van de erin vermelde goederen. Het cognossement vertegenwoordigt als het ware de goederen, zodat de bezitter te goeder trouw van het document het bezit van de goederen kan verwerven.

    Essentiële vermeldingen op het cognossement:

    • De verscheper (= de aflader van de goederen);
    • De "notify party" (= aangestelde van de ontvanger om de goederen in ontvangst te nemen in de loshaven);
    • De bestemmeling (= de ontvanger van de goederen ter bestemming);
    • De naam van het schip;
    • De laadhaven;
    • De loshaven;
    • De merken en de nummers van de goederen en/of de containers;
    • Het aantal en de soort verpakkingen en een omschrijving van de goederen;
    • Het brutogewicht van de goederen;
    • De maten en/of het volume van de goederen;
    • De plaats waar de vracht betaalbaar is;
    • Het aantal uitgegeven originele cognossementen (in letters en in cijfers);
    • De plaats en de datum van uitgifte (= de laadhaven en de dag van het laden van de goederen aan boord van het schip);
    • De naam en de handtekening van de kapitein (met eventueel de scheepsstempel).
  • Binnenhaven

    Indien de haven overwegend bestemd is voor de behandeling van binnenschepen spreekt men van een binnenhaven. 

Ook gevonden inservMORASAR WGGVlaamse Luchthavencommissie