Voor het vervoer van lichte goederen, van vee en ook van dekpassagiers wenste men boven het hoofddek meer ruimte te scheppen en dit door over de ganse lengte of over een deel hiervan een ruimte te bouwen in lichtere constructie dan de scheepsromp onder het hoofddek. Soms voorzag men ook openingen in deze constructie. Aldus ontstond het spardekschip, het tentdekschip en het schaduwdekschip. Beide eerstgenoemde scheepstypes liggen aan de basis van het schuildekschip.



